395px

Abuela

Tol Hansse

Oma

Oma, die woont in een huisje op het Klinkerdalerplein
Met een goudvis en d'r katje zit ze daar bejaard te zijn
Met drie brillen op haar steekneus leest ze nog het avondblad
Of d'r dooien zijn gevallen, gut oh gut, 't is me wat

refrain:
Dat zijn dan de laatste jaren
En het leven gaat zo snel
Oma die heeft grijze haren
Maar ze redt 't verder wel

Op 't dressoir daar staan de kinderen met hun kinderen daar weer bij
Ze zijn best terecht gekomen alleen Jantje, sta me bij
Die moest naar zo'n afkickcentrum, iets met stuffies of zo wat
Dat moest naar een opkickcentrum, gut oh gut, 't is me wat

refrain

Ook al is ze soms haar bril kwijt, televisie kijkt ze trouw
Kippig gluurt ze naar 't aquarium, moppert "Waar blijft Willem nou"
En ze breit een kabisooltje, Jan van Mien had kou gevat
't Wordt de poetslap van z'n auto, gut oh gut, 't is me wat

refrain

En de kind'ren gaan naar oma met hun zorgen, da's gewoon
Ze stopt vijfentwintig gulden in de jaszak van d'r zoon
"Kijk je uit als je gaat rijden, 'k schrijf 't wel weer op de lat
Neem de taart mee voor je kinderen", gut oh gut, 't is me wat

refrain

En dan speelt ze op haar orgel, zingt met hoge ijle stem
Van "De klok van Arnemuien" en "Hoera, de paardetram"
Maar ze wordt wel eens vergeten, 's zondags samen met haar kat
En een hele doos gebakkies, gut oh gut, 't is me wat

refrain

Abuela

Abuela, que vive en una casita en la plaza Klinkerdaler
Con un pez dorado y su gatito, allí está envejeciendo
Con tres anteojos en su nariz aguileña, aún lee el periódico de la noche
Si hay muertos, ay ay ay, qué lío

Estribillo:
Esos son los últimos años
Y la vida pasa tan rápido
La abuela tiene cabellos grises
Pero se las arregla bien

En el aparador están los niños con sus propios hijos
Han salido bien, solo Jantje, ayúdame
Tuvo que ir a un centro de desintoxicación, algo con peluches o algo así
Tuvo que ir a un centro de rehabilitación, ay ay ay, qué lío

Estribillo

Aunque a veces pierde sus anteojos, mira la televisión fielmente
Con miopía mira el acuario, gruñe '¿Dónde está Willem?'
Y teje un calcetín, Jan de Mien se resfrió
Será el trapo para limpiar su auto, ay ay ay, qué lío

Estribillo

Y los niños van a la abuela con sus preocupaciones, es normal
Ella mete veinticinco florines en el bolsillo de su hijo
'Cuidado al conducir, lo anotaré en la cuenta
Lleva el pastel para tus hijos', ay ay ay, qué lío

Estribillo

Y luego toca su órgano, canta con voz aguda
'De la campana de Arnemuien' y 'Hurra, el tranvía'
Pero a veces la olvidan, los domingos junto a su gato
Y una caja entera de pastelitos, ay ay ay, qué lío

Estribillo

Escrita por: