Soneto de Separação
De repente do riso fez-se o pranto
Silencioso e branco como a bruma
E das bocas unidas fez-se a espuma
E das mãos espalmadas fez-se o espanto
De repente da calma fez-se o vento
Que dos olhos desfez a última chama
E da paixão fez-se o pressentimento
E do momento imóvel fez-se o drama
De repente, não mais que de repente
Fez-se de triste o que se fez amante
E de sozinho o que se fez contente
Fez-se do amigo próximo, distante
Fez-se da vida uma aventura errante
De repente, não mais que de repente
Sonnet van Scheiding
Ineens werd het lachen tot het huilen
Stil en wit als de nevel die komt
En van de samengevoegde monden werd het schuim
En van de open handen kwam de schrik
Ineens werd de rust de wind
Die uit de ogen de laatste vlam blies
En van de passie werd het voorgevoel
En van het stilstaande moment werd het drama
Ineens, niet meer dan ineens
Werd het treurige wat ooit een minnaar was
En van alleen zijn werd het blije
Werd de goede vriend een verre
Werd het leven een zwervend avontuur
Ineens, niet meer dan ineens
Escrita por: Antonio Carlos Jobim / Vinícius de Moraes