John Barleycorn
There were three men came out of the West
Their fortunes for to try
And these three men made a solemn vow
John Barleycorn must die
They've ploughed, they've sewn, they've harrowed him in
Threw clods at Barley's head
And these three men made a solemn vow
John Barleycorn was dead
They've let him lie for a very long time
Till the rains from heaven did fall
And little Sir John sprung up his head
And so amazed them all
They've let him stand till midsummer's day
Till he looked both pale and worn
And little Sir John's grown a long, long beard
And so become a man
They've hired men with the scythes so sharp
To cut him off at the knee
They've rolled him and tied him by the waist
Servin' him most barbarously
They've hired men with the sharp pitchforks
Who pricked him to the heart
And the loader he has served him worse than that
For he's bound him to the cart
They've wheeled him around and around the field
Till they came unto a barn
And there they made a solemn oath
On poor John Barleycorn
They've hired men with the crab-tree sticks
To cut him skin from bone
And the miller he has served him worse than that
For he's ground him between two stones
And little Sir John and the nut-brown bowl
And he's brandy in the glass
And little Sir John and the nut-brown bowl
Proved the strongest man at last
The huntsman, he can't hunt the fox
Nor so loudly to blow his horn
And the tinker he can't mend kettle nor pots
Without a little Barleycorn
John Gerst
Er kwamen drie mannen uit het westen
Hun fortuin te beproeven
En deze drie mannen legden een plechtige eed af
John Gerst moet sterven
Ze hebben hem geploegd, gezaaid en bewerkt
Staken kluiten naar Gerst zijn hoofd
En deze drie mannen legden een plechtige eed af
John Gerst was dood
Ze hebben hem heel lang laten liggen
Tot de regen uit de hemel viel
En kleine Heer John stak zijn hoofd omhoog
En dat verbaasde hen allemaal
Ze hebben hem laten staan tot midzomerdag
Tot hij bleek en versleten leek
En kleine Heer John heeft een lange, lange baard
En zo is hij een man geworden
Ze hebben mannen ingehuurd met scherpe zeisen
Om hem bij de knie af te snijden
Ze hebben hem gerold en aan de taille gebonden
En hem op de meest barbaarse manier behandeld
Ze hebben mannen ingehuurd met scherpe hooivorken
Die hem tot in zijn hart prikten
En de laadman heeft hem nog slechter behandeld
Want hij heeft hem aan de kar gebonden
Ze hebben hem rond en rond het veld gereden
Tot ze bij een schuur kwamen
En daar legden ze een plechtige eed af
Over arme John Gerst
Ze hebben mannen ingehuurd met krabbenhout
Om hem van huid tot bot te snijden
En de molenaar heeft hem nog slechter behandeld
Want hij heeft hem tussen twee stenen gemalen
En kleine Heer John en de notenbruine kom
En hij heeft brandewijn in het glas
En kleine Heer John en de notenbruine kom
Bewijsden uiteindelijk de sterkste man
De jager kan de vos niet meer jagen
En niet zo luid zijn hoorn blazen
En de zwerver kan geen ketels of potten repareren
Zonder een beetje Gerst
Escrita por: Jörgen Elofsson, Steve Winwood