395px

Fonske y Fronske

Urbanus

Fonske en Fonske

Fonske had een vader die zo sterk was als een reus,
En zo groot dat hij de boomtoppen kon raken.
Hij had twee rechter handen, 't was de beste stieleman,
Alles wat hij droomde kon hij maken.

En hij maakte een speeltuin van kilometers lang,
Waar Fonske naar believe mocht in spelen.
Met echte cowboybergen en een piratenzee,
en een woestijn met schatten en kamelen.
En videospelletjes en een computerzaal,
en een flipperkast met balletjes van goud,
Hij kreeg ook een atoombom en een fiets en een raket,
en een kostuum van een echte astronaut.

Op het einde van de week was vader o zo moe,
hij zei ik ga wat rusten voor een poosje.
Je mag met alles spelen, alles is van jouw,
maar raak niet aan het lichtgevende doosje.

Toen vader terug kwam opgewekt en fris,
zat Fonske in zijn cadillac te treuren.
Vader ik verveel me, ik voel me zo alleen,
kan je nog eens iets laten gebeuren.

En Fonske viel in slaap en toen hij wakker werd,
zat er daar een meisje in zijn raampje.
Ze was mooier dan zijn flipperkast, en zachter dan het gras,
ze kon lachen en Fronske was haar naampje.

Fonske en Fronske keken naar het speelgoedland,
vanuit het kasteel van Doornroosje.
We mogen alles hebben alles is van ons,
behalve dat lichtgevende doosje.

De stofzuiger die hoorde dit en hij kroop naderbij,
je mag niet in het doosje maar je weet toch niet waarom.
Open jullie oortjes, luister eens naar mij,
jullie pa wordt als maar slimmer en jullie blijven dom.

In het doosje ligt de sleutel van de poort der geheimen,
en de ringen die de koningen dragen.
Een wekkertje dat tikt tot het einde der tijden,
en een zwaard om de dood mee te verjagen.

Fronske werd nieuwsgierig bloosde en begon,
jeuk in haar vingertjes te krijgen.
Fonske zei kijk maar eens, ik zeg het niet aan va,
ik geef mijn erewoord dat ik zal zwijgen.
Maar vader die op voorhand wist wat de kindjes gingen doen,
vermomde zich in een tomatenzaadje.
Hij kon alles horen, hij kon alles zien,
want hij loerde door het sleutelgaatje.

En Fronske nam het deksel van het doosje af en zag,
dat het lichtje een appel zat te eten.
Het lichtje zei kindertjes al die hier van bijt,
die weet alles wat anderen niet weten.
Ze beten met hun tandjes het appeltje in twee,
en begonnen op het klokhuisje te kauwen.
Fonske riep verwonderd ik voel me al zo slim,
ik zou mezelf een speeltuin kunnen bouwen.
Maar vader stromde binnen er kwam donder uit zijn stem,
en bliksems uit zijn ellebogen.
De kindjes zakten angstig tot hun knietjes in de grond,
en voor het eerst kwam er regen uit hun ogen.
Vader sloot de kleintjes in een diepe kelder op,
Tussen de spoken en de spinnen.
En nooit of te nimmer mochten ze eruit,
en vader kwam ook nooit of nimmer binnen.

Dit stond in het sprookjesboek van de tovernaar,
maar de blaadjes die zijn eruit gevlogen.
Hij maakte ook sterren, de aarde en de maan,
maar ik weet niet of dat waar is of gelogen

Fonske y Fronske

Fonske tenía un padre tan fuerte como un gigante,
Y tan alto que podía tocar las copas de los árboles.
Tenía dos manos derechas, era el mejor carpintero,
Todo lo que soñaba podía hacerlo.

Y construyó un parque de diversiones kilométrico,
Donde Fonske podía jugar a su antojo.
Con montañas de vaqueros reales y un mar de piratas,
y un desierto con tesoros y camellos.
Y videojuegos y una sala de computadoras,
y un pinball con bolas de oro,
También le dio una bomba atómica y una bicicleta y un cohete,
y un traje de astronauta real.

Al final de la semana, el padre estaba tan cansado,
dijo que iba a descansar un rato.
Puedes jugar con todo, todo es tuyo,
pero no toques la caja luminosa.

Cuando el padre regresó, alegre y fresco,
Fonske estaba en su Cadillac lamentándose.
Papá, me aburro, me siento tan solo,
¿puedes hacer que algo suceda de nuevo?

Y Fonske se quedó dormido y al despertar,
había una niña en su ventana.
Era más hermosa que su pinball, y más suave que la hierba,
podía reír y su nombre era Fronske.

Fonske y Fronske miraban el país de los juguetes,
desde el castillo de la Bella Durmiente.
Podemos tenerlo todo, todo es nuestro,
excepto esa caja luminosa.

La aspiradora escuchó esto y se acercó,
no pueden abrir la caja pero no saben por qué.
Abran sus oídos, escúchenme,
su padre se vuelve más inteligente y ustedes siguen siendo tontos.

En la caja está la llave de la puerta de los secretos,
y los anillos que llevan los reyes.
Un reloj que marca el fin de los tiempos,
y una espada para ahuyentar la muerte.

Fronske se puso curiosa, se sonrojó y empezó,
a sentir comezón en sus deditos.
Fonske dijo mira, no se lo diré a papá,
te doy mi palabra de que guardaré silencio.
Pero el padre, que sabía de antemano lo que los niños iban a hacer,
se disfrazó de semilla de tomate.
Podía escucharlo todo, podía verlo todo,
pues espiaba por el ojo de la cerradura.

Y Fronske levantó la tapa de la caja y vio,
que la luz estaba comiendo una manzana.
La luz dijo niños, aquel que muerda esto,
sabrá todo lo que los demás no saben.
Mordieron la manzana con sus dientecitos en dos,
y empezaron a masticar el corazón.
Fonske exclamó asombrado, me siento tan listo,
podría construirme un parque de diversiones.
Pero el padre irrumpió, su voz retumbaba,
y relámpagos salían de sus codos.
Los niños se hundieron temerosos hasta las rodillas en el suelo,
y por primera vez brotaron lágrimas de sus ojos.
Papá encerró a los pequeños en un sótano profundo,
entre fantasmas y arañas.
Y nunca jamás podrían salir,
y papá nunca jamás entraría.

Esto estaba en el libro de cuentos del mago,
pero las páginas se han volado.
Él también creó estrellas, la tierra y la luna,
pero no sé si es verdad o mentira

Escrita por: Urbanus