395px

Das Tor

Herman Van Veen

De Poort

Ik heb een half uur bij de poort gekeken
Die aan het eind ligt van het laatste pad
Er ging een man doorheen die kanker had
Naast een oud vrouwtje aan de tijd bezweken
Wat hongerlijders uit een hongerland
Wat slachtoffers geveld in snelverkeer
En tien soldaten, vijf aan elke kant
Met elk in het lijf een brokje lood van eer

Ik zag een man die net nog op kantoor zat
Hij kreeg een teken en hij had te gaan
Een dronken lor die nauwelijks nog kon staan
Een huisvrouw die haar keukenschort nog voor had
Wat oproerkraaiers uit een oproerland
Een kerkeling die in zijn bijbel las
En in Vietnam tien kindertjes verbrand
Omdat het die dag napalm-zondag was

Ik heb een half uur bij de poort gekeken
Die aan het eind ligt van het laatste pad
Ik heb geen troon gezien waar God op zat
Noch engelen de bazuinen horen steken
Maar wel vloog er een witte duif voorbij
Met in haar bek een takje levensgroen
Dat God ons in het uur genadig zij
Als wij de laatste kruisgang moeten doen

Das Tor

Ich habe eine halbe Stunde am Tor gestanden
Das am Ende des letzten Weges liegt
Ein Mann ging hindurch, der Krebs hatte
Neben einer alten Frau, die der Zeit erlegen war
Was Hungernde aus einem Hungerland
Was Opfer, die im Schnellverkehr fielen
Und zehn Soldaten, fünf auf jeder Seite
Mit jedem ein Stück Blei der Ehre im Leib

Ich sah einen Mann, der gerade noch im Büro saß
Er bekam ein Zeichen und musste gehen
Ein betrunkener Kerl, der kaum noch stehen konnte
Eine Hausfrau, die noch ihre Küchenschürze trug
Was Aufrührer aus einem Aufruhrland
Ein Kirchgänger, der in seiner Bibel las
Und in Vietnam zehn Kinder verbrannte
Weil es an diesem Tag Napalm-Sonntag war

Ich habe eine halbe Stunde am Tor gestanden
Das am Ende des letzten Weges liegt
Ich habe keinen Thron gesehen, auf dem Gott saß
Noch Engel, die die Posaunen blasen
Aber eine weiße Taube flog vorbei
Mit einem Zweig des Lebensgrüns im Schnabel
Dass Gott uns in der Stunde gnädig sei
Wenn wir den letzten Kreuzweg gehen müssen