395px

Singende Tote

Herman Van Veen

Zingende doden

Op een avond om een uur of halfelf,
liep ik wat te wandelen met mezelf
en de mensen van een nette nieuwe wijk
zag ik zitten huis en huis
aan huis aan huis te kijk.
Uitgeteld en uitgezakt en uitgepraat
en ik dacht: als nu de wereld eens vergaat
is er niemand die het in de gaten heeft
want ze zitten aan de beeldbuis vastgekleefd.

De televisie staat nog aan
maar de wereld is vergaan.
Nu is het hier een poppenkraam
met dooien achter het raam.

Op een avond komt ons hele volkje om
niet door kwik of door vergif of door de bom,
maar door een slaapdrank die een vreemde mogendheid
over de beeldbuis en het avondblad verspreidt.
Er is een drank vol pessimisme in de maak
opportunisme daaraan toegvoegd naar smaak
en wat cynisme, ja, een korreltje of drie
en wat racisme na een borreltje of drie.

En als de wereld is vergaan
dan blijft de televisie aan
dan is het hier een poppenkraam
met dooien achter het raam.

Iedere woning is opeens een glazen kist
waar men het leven en de liefde niet meer mist
waar men geen plaat beluistert en geen boek meer leest
waar slechts gemompeld wordt: ik ben al geweest.
Daar is geen mens meer die nog ooit de straat opging
daar is geen vreugde meer en geen bewondering
daar is geen hartstocht meer en zelfs niet eens meer angst
daar hangt het spreekwoord: dood zijn duurt het langst.

En als de wereld is vergaan
dan blijft de televisie aan
dan is het hier een poppenkraam
met dooien achter het raam

Singende Tote

An einem Abend um halb elf,
spazierte ich ein wenig mit mir selbst
und die Leute aus einem schicken neuen Viertel
sah ich sitzen, Haus an Haus,
Haus an Haus, sie schauten hinaus.
Erschöpft und ausgebrannt und ausgequatscht
und ich dachte: Wenn jetzt die Welt vergeht,
merkt es niemand, der es sieht,
denn sie kleben an der Glotze wie ein Magnet.

Der Fernseher läuft noch,
aber die Welt ist untergegangen.
Jetzt ist es hier ein Puppenhaus
mit Leichnamen hinter dem Fenster.

An einem Abend kommt unser ganzes Volk vorbei,
nicht durch Quecksilber oder Gift oder die Bombe,
sondern durch einen Schlaftrunk, den eine fremde Macht
über die Glotze und die Abendzeitung verbreitet.
Es gibt ein Getränk voller Pessimismus in der Mache,
Opportunismus nach Geschmack hinzugefügt,
und ein bisschen Zynismus, ja, ein Körnchen oder drei
und ein bisschen Rassismus nach ein paar Gläsern.

Und wenn die Welt untergegangen ist,
dann bleibt der Fernseher an.
Dann ist es hier ein Puppenhaus
mit Leichnamen hinter dem Fenster.

Jede Wohnung ist plötzlich ein gläserner Sarg,
wo man das Leben und die Liebe nicht mehr vermisst,
wo man keine Platten hört und kein Buch mehr liest,
wo nur gemurmelt wird: Ich war schon da.
Da gibt es keinen Menschen mehr, der je auf die Straße ging,
keine Freude mehr und keine Bewunderung,
keine Leidenschaft mehr und nicht einmal Angst,
da hängt das Sprichwort: Tot sein dauert am längsten.

Und wenn die Welt untergegangen ist,
dann bleibt der Fernseher an.
Dann ist es hier ein Puppenhaus
mit Leichnamen hinter dem Fenster.

Escrita por: Herman Van Veen, Erik Van Der Wurff, Willem Wilmink