Wat de oude vrouw bad
Hoor wat de oude vrouw zei toen ze bad
Ik heb een goede man gehad
Een hele beste man
Ik was er vreselijk verdrietig van
Toen hij mij werd ontnomen
Nu zal ik spoedig in de hemel bij hem komen
Een beste man maar zo jaloers van aard
Een man die me heeft aangestaard
Met een omfloerste blik
Terwijl er niemand kuiser was dan ik
Wat werd hij opgewonden
Als andere mannen mij toch ook wel aardig vonden
Straks in de hemel zei de oude vrouw
Begint opnieuw de huwelijkstrouw
En dan is het gedaan
Met rustig op mijn eigen benen staan
Het zal mijn man verdrieten
Als er daar engelen zijn waar ik goed mee op kan schieten
Heer zei de vrouw het is al bijna tijd
En heer de hemel is toch wijd
Dus heb ik een verzoek
Verstop mij ergens in een verre hoek
Want wist hij van mijn sterven
Hij zou voor eeuwig al mijn zaligheid bederven
Lo que la anciana rezaba
Escucha lo que la anciana dijo cuando rezaba
Tuve un buen esposo
Un hombre muy bueno
Me sentí terriblemente triste
Cuando me lo quitaron
Pronto estaré en el cielo con él
Un buen hombre pero tan celoso por naturaleza
Un hombre que me miraba fijamente
Con una mirada velada
Mientras nadie era más casta que yo
Se excitaba
Cuando otros hombres también me encontraban atractiva
Pronto en el cielo dijo la anciana
Comenzará de nuevo la fidelidad matrimonial
Y entonces se acabará
Estar tranquila sobre mis propios pies
Entristecerá a mi esposo
Si hay ángeles con los que me lleve bien
Señor dijo la mujer ya es casi hora
Y señor el cielo es tan extenso
Así que tengo una petición
Escóndeme en algún rincón lejano
Porque si supiera de mi muerte
Arruinaría para siempre toda mi felicidad
Escrita por: Herman Van Veen / Pim Wilhelmus Fr. Koopman / Willem Wilmink