Wolf en vampier
Hier, kijk me in mijn ogen.
Kijk goed naar deze handen.
Mijn liefde is jouw brandmerk.
In jou zet in mijn tanden.
Ik zal je altijd vinden.
Je kunt je niet verbergen.
Ik volg de sproen van je angst
tot ik je ga verslinden.
Op jou heb ik
Kaïns teken weer gezien.
Wie begrijpt een wolf?
Een warm lam misschien.
Wolf en vampier leven
van wie is opgegeven,
tanks en kruisraketten
van trommels en trompetten,
legerofficieren
van laarzen en van mieren,
wolf en vampier teren
op wie maar niet wil leren.
Ik rijt je ziel aan flarden,
woel in je open wonden,
maar dat wat ik wil vinden
heb ik nog nooit gevonden.
Hij zal voorgoed verloren zijn
die voor mijn liefde leeft.
Ik ben geboren voor de hel.
Geen mens die mij vergeeft.
Op jou heb ik
Kaïns teken weer gezien.
Wie begrijpt een wolf?
Een warm lam misschien.
Lobo y vampiro
Aquí, mírame a los ojos.
Observa bien estas manos.
Mi amor es tu marca.
En ti clavo mis colmillos.
Siempre te encontraré.
No puedes esconderte.
Sigo las huellas de tu miedo
hasta devorarte.
En ti he visto
la marca de Caín de nuevo.
¿Quién entiende a un lobo?
Quizás un cálido cordero.
Lobo y vampiro viven
de aquellos que se rinden,
tanques y misiles
de tambores y trompetas,
oficiales del ejército
de botas y de hormigas,
lobo y vampiro se alimentan
de aquellos que no quieren aprender.
Desgarro tu alma en pedazos,
revuelvo tus heridas abiertas,
pero lo que busco encontrar
nunca lo he encontrado.
Él estará perdido para siempre
quien viva por mi amor.
He nacido para el infierno.
Ningún humano me perdonará.
En ti he visto
la marca de Caín de nuevo.
¿Quién entiende a un lobo?
Quizás un cálido cordero.
Escrita por: Hanneke Holzhaus / Heinz Rudolf Kunze / Herman Van Veen