395px

Habla de Gigantes

Vanaheim

Reuzenspraak

Eeuwenoude woorden in een dode taal
Spreken over gevaarten met een verloren verhaal
Gebundeld in een sprookjesboek met een duistere wil
Vader leest voor en zijn dochter luistert aandachtig en stil

Zodra het meiske haar ogen sloot
Kwamen haar vaders woorden tot leven
Wanneer de man over reuzen sprak
Een onschuldige ziel naar het woud gedreven

Dwalend kind
Volg de wind
Leer hen de verhalen

Diep in de nacht
Ontwaakt zij onder hypnose
En dient zij haar drang
Onder de ban van het reuzenvolk

Allengskens meer opgeslokt door het nodende woud
Sereen en onverdorven heeft ze hen eerder aanschouwd
Het donkere schrift uit het sprookjesboek leidt de weg naar de grond
Waar sinds haar vader het verhaal voorleest de legende ontstond

Zodra het meiske haar ogen sloot
Kwamen haar vaders woorden tot leven
Wanneer de man over reuzen sprak
Een onschuldige ziel naar het woud gedreven

Glorieus, majestueus
Dalen baarden neerwaarts

Afstammelingen
Van de scheppende herders der aarde
Begeren hun ontstaansgeschiedenis
Om te leren waar hun bron ontsprong

Slaap in haar ogen
Bloed aan haar handen
Moedig leest zij elke nacht het verhaal aan de reuzen voor

Treedt naar voren
En open ons verhaal

Toen de matriarch onze aarde schiep
Hieuw zij een reuzenstam uit steen
Aan wie zij haar macht en wijsheid schonk
Zo was zij niet alleen

Zij vormden de heuvels, groeven het dal
En plantten het bos waar ons volk vechten zal
Door schicht en regenval
Tot het lot ons dorp gelijk maakt met de grond

Haar onschuld bewezen
Niets of niemand heeft haar gehoord
Historie voorgelezen
Reuzen brachten de mensheid voort

Een oude ziel vol raad
Geeft een noodsein voor wat hen overkomen gaat

Bezield door het schouwspel, haast zij zich terug
Liet de samenkomst en het lotgeval achter haar rug

Als de morgen komt blijft de nacht in haar hoofd
’T allergrootste gevaar
is dat niemand haar gelooft

Zodra het meiske haar ogen sloot
Kwamen haar vaders woorden tot leven
Wanneer de man over reuzen sprak
Een onschuldige ziel naar het woud gedreven

Habla de Gigantes

Palabras antiguas en un idioma muerto
Hablan de gigantes con una historia perdida
Agrupadas en un libro de cuentos con una voluntad oscura
Padre lee y su hija escucha atenta y en silencio

Cuando la niña cerraba los ojos
Las palabras de su padre cobraban vida
Cuando el hombre hablaba de gigantes
Una inocente alma era llevada al bosque

Niña errante
Sigue el viento
Aprende sus historias

Profundamente en la noche
Despierta bajo hipnosis
Y satisface su deseo
Bajo el hechizo del pueblo de gigantes

Poco a poco absorbida por el bosque seductor
Serena e inmaculada los había visto antes
La oscura escritura del libro de cuentos guía el camino hacia el suelo
Donde desde que su padre lee la historia, la leyenda surgió

Cuando la niña cerraba los ojos
Las palabras de su padre cobraban vida
Cuando el hombre hablaba de gigantes
Una inocente alma era llevada al bosque

Glorioso, majestuoso
Las barbas descienden

Descendientes
De los pastores creadores de la tierra
Anhelan su historia de origen
Para aprender de dónde brotó su fuente

Sueño en sus ojos
Sangre en sus manos
Valientemente les lee la historia a los gigantes cada noche

Avanza
Y abre nuestra historia

Cuando la matriarca creó nuestra tierra
Talló una tribu de gigantes de piedra
A quienes les otorgó su poder y sabiduría
Así no estaba sola

Ellos formaron las colinas, excavaron el valle
Y plantaron el bosque donde nuestro pueblo luchará
A través de rayos y lluvias
Hasta que el destino iguale nuestro pueblo con el suelo

Su inocencia demostrada
Nadie la escuchó
Historia leída
Los gigantes trajeron a la humanidad

Un alma antigua llena de consejos
Da una advertencia de lo que les sucederá

Animada por el espectáculo, se apresura de regreso
Dejando atrás la reunión y el incidente

Cuando llega la mañana, la noche permanece en su mente
El mayor peligro
Es que nadie le crea

Cuando la niña cerraba los ojos
Las palabras de su padre cobraban vida
Cuando el hombre hablaba de gigantes
Una inocente alma era llevada al bosque

Escrita por: Zino van Leerdam / Bram Trommelen / Mike Seidel / Michael van Eck