Eu Me Chamo Antônio
Eu nasci no bar
E na alma do meu criador
Preso neste guardanapo em branco
Me tornei livre pra entornar o que sou
Desenho palavras tão simples
De complicado já basta o que passou
Falo também de coragem e rancor
É tão inútil só falar de amor
Eu me chamo Antônio
Eu bebo para esquecer meus poemas
E também lembrar um grande amor
Eu busco seus beijos aos berros nos becos
Espero seus erros o tempo que for
Eu me chamo Antônio
Eu me chamo Antônio
Eu me chamo Antônio
Eu me chamo Antônio
Não tenho nada a temer
Eu já quebrei a minha timidez
Rompi meu silêncio
Encontrei firmamento
No sonho de quem só me fez perder
Eu me chamo Antônio
E não me faço perguntas
Me desfaço nas sombras
De um grafite sem ponta
Aponto meu rumo
E de lá me apronto
E não traço destino
É ele quem traz
Saudade sentido, o amor é delito
O tempo o alívio, a dor o conflito
O cheio o vazio, o final o início
No verso eu existo.
Eu bebo para esquecer meus poemas
E também lembrar um grande amor
Eu busco seus beijos aos berros nos becos
Espero seus erros o tempo que for
Ik heet Antônio
Ik ben geboren in de kroeg
En in de ziel van mijn schepper
Vastgebonden aan dit witte servet
Ben ik vrij geworden om te storten wat ik ben
Ik teken woorden zo simpel
Van ingewikkeldheid is er al genoeg geweest
Ik spreek ook over moed en wrok
Het is zo nutteloos om alleen over liefde te praten
Ik heet Antônio
Ik drink om mijn gedichten te vergeten
En ook om een grote liefde te herinneren
Ik zoek je kussen schreeuwend in de steegjes
Ik wacht op je fouten zolang het duurt
Ik heet Antônio
Ik heet Antônio
Ik heet Antônio
Ik heet Antônio
Ik heb niets te vrezen
Ik heb mijn verlegenheid al gebroken
Ik heb mijn stilte doorbroken
Vond vastigheid
In de droom van degene die me alleen maar deed verliezen
Ik heet Antônio
En ik stel mezelf geen vragen
Ik verdwijn in de schaduwen
Van een grafitti zonder punt
Ik wijs mijn richting aan
En van daar maak ik me klaar
En ik teken geen bestemming
Het is hij die brengt
Verlangen is een gevoel, de liefde is een misdaad
De tijd is de verlichting, de pijn het conflict
De volheid de leegte, het einde het begin
In het vers besta ik.
Ik drink om mijn gedichten te vergeten
En ook om een grote liefde te herinneren
Ik zoek je kussen schreeuwend in de steegjes
Ik wacht op je fouten zolang het duurt