395px

Avond valt, de nacht komt snel

Volkslieder

Abend ward, bald kommt die Nacht

1. Abend ward, bald kommt die Nacht,
schlafen geht die Welt;
denn sie weiß, es ist die Wacht
über ihr bestellt.

2. Einer wacht und trägt allein
ihre Müh und Plag,
der läßt keinen einsam sein,
weder Nacht noch Tag.

3. Jesu Christ, mein Hort und Halt,
dein gedenk ich nun,
tu mit Bitten dir Gewalt:
Bleib bei meinem Ruh'n.

4. Wenn dein Aug ob meinem wacht,
wenn dein Trost mir frommt,
weiß ich, daß auf gute Nacht
guter Morgen kommt.

Avond valt, de nacht komt snel

1. Avond valt, de nacht komt snel,
de wereld gaat slapen;
want zij weet, het is de wacht
over haar besteld.

2. Iemand waakt en draagt alleen
haar moeite en pijn,
die laat niemand eenzaam zijn,
noch 's nachts, noch overdag.

3. Jezus Christus, mijn toevlucht en steun,
ik denk nu aan jou,
verhoor mijn smeekbeden, als het kan:
Blijf bij mijn rust.

4. Als jouw oog op mij waakt,
als jouw troost mij helpt,
weet ik dat na een goede nacht
een goede morgen komt.