395px

Morir en Amberes

Wannes Van De Velde

Sterven te Antwerpen

De stenen engel aan de Cathedraal
Heft zijn balans te middernacht voor die bezwijken
Het heir der luizen kraakt. De katten zijken
In kromme gangen waar geen tocht door jaagt

Gelegerd op de terpen van het zwijgen
Ten voeten uit onder een schors van slaap
Het strottenbloed gestremd, de schedel kaal
Geplukt, stinken de Hanen van het lijden

Hier gaan de kralen van de rozenkrans verloren;
Van huid en haar geen raadsel overblijft
Waar ledigheid in ledigheid wil wonen

Het huis van kamers en de stad van straten:
Ai, laat de klok met rust. Telt goud, drinkt wijn
Het vuil rot ondergronds. Bidt niet voor het geraamte

Morir en Amberes

El ángel de piedra en la Catedral
Equilibra a medianoche para aquellos que sucumben
El ejército de piojos cruje. Los gatos maúllan
En pasillos torcidos donde no sopla el viento

Aposentados en los montículos del silencio
Desnudos bajo una corteza de sueño
La sangre de la garganta coagulada, el cráneo pelado
Desplumados, huelen los gallos del sufrimiento

Aquí se pierden las cuentas del rosario;
De piel y cabello no queda ningún enigma
Donde la vacuidad quiere habitar la vacuidad

La casa de habitaciones y la ciudad de calles:
Ay, deja en paz el reloj. Cuenta oro, bebe vino
La suciedad se pudre bajo tierra. No ores por el esqueleto

Escrita por: