395px

FOSFORVUUR

Wapenspraak & Drinkgelag

FOSFORVUUR

FOSFORVUUR
- de landsknechten van Hellevoirt -
Het baandorp langs de handelsweg, het koopmanshuis bij de parochiekerk
Hier preekt men schroom en ijverzucht, Gods gebed in slechte lucht
Magistraat en kapitein, zoetsappig wezen vol venijn
Het veld in brand, de rode hand, draineer de geest van 't sompig land!

Geen graf te diep voor de verzadiging van zijn lust
Geen vlakte te wijd voor de draagkracht van zijn ijdelheid
Hij zendt zijn knechten doorheen berkenland en kreupelhout
Alwaar zij gaan speuren naar het fosforvuur, het blauwe dwaallicht oud

Averij! Averij! Burgerman, piraterij!
Het vuur gestolen in een lamp, de stank van buskruit, zwaveldamp!
Leugenaar! Leugenaar! Henegouwse moordenaar!
Hagepreker! Messensteker! Rad van ontucht, vaandelvlucht!

Kom, schuinmarcheerders, in de maat!
Vloektamboer vol Vanenkwaad
Sla het ritme van de krijg
Dat dreigend uit het broek opstijgt
De nachtelijke rust verstoord
De landsknechten van Hellevoirt
Wie steelt het eeuwig fosforvuur?
Vervloek de pijn, hij betaalt het duur!

Dan komt er'an, de kleien man, verbrijzelt nu de tanden
Want wie daar in de weg gaat staan verbrokkelt in zijn handen
De aarde wenst jouw kussen niet, doch dorst slechts naar jouw bloed!
En de maangodin, zij ziet jou niet, verzinkt, addergebroed!

En al duurt het nog meer dan tweehonderd jaren, wij komen je halen!
En al dat preken en dat smeken, zal niet mogen baten, wij komen je halen!
Verrader! Verrader! Wij komen je halen!
Wij komen je halen!

FOSFORVUUR

FOSFORVUUR
- los mercenarios de Hellevoirt -
El pueblo a lo largo del camino comercial, la casa de comerciantes junto a la iglesia parroquial
Aquí se predica temor y envidia, la oración de Dios en el aire viciado
Magistrado y capitán, ser dulce lleno de veneno
¡El campo en llamas, la mano roja, drena el espíritu de la tierra pantanosa!

Ninguna tumba es lo suficientemente profunda para saciar su lujuria
Ninguna llanura es demasiado extensa para soportar su vanidad
Envía a sus sirvientes a través de tierras de abedules y matorrales
Donde buscan el fuego de fósforo, la antigua luz azul

¡Avería! ¡Avería! ¡Burgués, piratería!
El fuego robado en una lámpara, el olor a pólvora, el humo de azufre
¡Mentiroso! ¡Mentiroso! ¡Asesino de Henao!
¡Predicador de setos! ¡Apuñalador! ¡Rueda de la lujuria, deserción de bandera!

¡Vamos, marchen en diagonal, al ritmo!
Tamborilero maldito de Vanenkwaad
Golpea el ritmo de la guerra
Que amenaza desde el pantano
La tranquilidad nocturna perturbada
Los mercenarios de Hellevoirt
¿Quién roba el eterno fuego de fósforo?
¡Maldice el dolor, él lo paga caro!

Entonces llega él, el hombre de arcilla, aplasta ahora los dientes
Porque aquel que se interponga en su camino se desmorona en sus manos
¡La tierra no desea tu beso, solo ansía tu sangre!
¡Y la diosa de la luna, ella no te ve, se hunde, descendencia de víboras!

Y aunque pasen más de doscientos años, ¡iremos a buscarte!
Y toda esa predicación y súplica, no servirá de nada, ¡iremos a buscarte!
¡Traidor! ¡Traidor! ¡Iremos a buscarte!
¡Iremos a buscarte!

Escrita por: