De vluchteling
Als ik ooit mijn huis moet verlaten
't ware schrikkelijk godgeklaagd
als de storm mijn muren zou kraken
ik van huis en erf wierd verjaagd
of geweun deur mensen verdreven
uit de burcht die 'k zelf hè gebouwd
gedoemd om de rest van het leven
lijk nen dief te zijn uitgejouwd
Stel dat alles mij hier werd ontnomen
mijn tafel mijn stove mijn bed
da'k hier nooit nie meer binnen mag komen
da'k uit al mijn recht werd ontzet
van mijn vrouwe en kinders verbannen
zelfs mijn boeken verbrand op de grond
als duvels hier samen zou'n spannen
zelfs beroofd van 't woord uit mijn mond
Wat bleef er dan nog van mij over
van dien 'tjoolder zonder dak
van die schooier schamel en pover
een verzonken verzopen wrak
wat was ik zonder mijn instrumenten
'k was nen veugel zonder lied
zonder al mijn vertellementen
ach ik stierve van verdriet
Als ik ooit mijn dorp moet verlaten
van mijn huis en erf weggejaagd
als een storm mijn muren zou kraken
't ware schrikkelijk godgeklaagd
The Refugee
If I ever have to leave my home
It would be terribly lamentable
if the storm were to crack my walls
and I were driven from home and land
or simply driven away by people
from the fortress I built myself
doomed to be jeered at for the rest of my life
like a thief
Imagine if everything were taken from me here
my table, my stove, my bed
that I could never enter here again
that I was deprived of all my rights
banished from my wife and children
even my books burned on the ground
if devils were to conspire here together
even robbed of the word from my mouth
What would be left of me then
of that wanderer without a roof
of that beggar, meager and poor
a sunken, drowned wreck
what would I be without my instruments
I would be a bird without a song
without all my stories
oh, I would die of sorrow
If I ever have to leave my village
driven away from my home and land
if a storm were to crack my walls
it would be terribly lamentable