Wanneer De Rozen Weer In Bloei Staan
refr.:
Wanneer de rozen weer in bloei staan
Dan brengt een schip een zeeman thuis
Die steeds opnieuw weer zal verlangen
Naar het kleine dorp en het eigen kleine huis
Zijn oudjes stonden aan de kade
Toen hij het zeegat uit zou gaan
Hij wuifde vrolijk aan de reling
Maar in zijn stem klonk toch een traan
refr.
Er kwamen toen de winterstormen
Zijn schip zonk roemloos in de zee
Voorgoed voorbij was zijn belofte
Die hij gedaan had aan de ree
Wanneer de rozen weer in bloei staan
Dan staan twee oudjes aan de ree
Ze turen naar de wijde verte
Der eindeloze wrede wrede zee
Quand les roses refleuriront
refr.:
Quand les roses refleuriront
Un bateau ramène un marin chez lui
Qui, encore et encore, désirera
Le petit village et sa petite maison
Ses vieux parents étaient sur le quai
Quand il s'apprêtait à prendre le large
Il a salué joyeusement de la rambarde
Mais dans sa voix, on entendait une larme
refr.
Puis vinrent les tempêtes d'hiver
Son bateau a sombré sans gloire dans la mer
Pour toujours disparue était sa promesse
Qu'il avait faite à la rive
Quand les roses refleuriront
Alors deux vieux seront sur la rive
Ils scrutent l'horizon lointain
De la mer cruelle et sans fin