395px

Josefien

Wim Sonneveld

Josefien

De bakkersdochter van de hoek die mocht zich laten zien
Zij was de sexbom van de buurt en heette Josefien
Ik was nog jong, in vuur en vlam schreef ik haar een sonnet
Maar zo poetisch was ze niet, ze nam de benen met

Een heer in de textiel
In zijn automobiel

Oh Josefien, Josefien, Josefien
Ik was pas zeventien
Toen heb ik jou Josefien, Josefien, Josefien
Voor d'eerste keer gezien
Mijn moeder vond jou een lellebel
En heel misschien Josefien, Josefien was jij dat wel
Maar jij bracht mij van de wijs
En bovendien, leek de buurt in enen op Parijs
Als jij passeerde, oh Josefien

Maar ach de heer in de textiel die was ook niet je dat
Zij wist diep in haar hart dat zij meer mogelijkheden had
Ze kocht een kaartje naar Perijs en een blote japon
En had al gauw tien rijke lui waar zij uit kiezen kon

Zij koos een miljonair
Van vijfentachtig jair

Oh Josefien, Josefien, Josefien
Dat was niet stom gezien
Jij was al gauw in de rouw Josefien
Met een miljoen of tien
Mijn moeder vond jou een lellebel
Maar koppie koppie Josefien dat had je wel
Liet jij je bij tijd en wijle eens even zien
Gingen alle heren voor de bijl
Nou, kun je nagaan, oh Josefien

Ik zag laatst een enorm jacht, het was in St. Tropez
Net reed er een chauffeur voor in een meterslange slee
Ik zag dat de bemanning in de houding sprong en daar
Kwam Josefien naar buiten met een knul met zulk lang haar

Ik zei: "Dag Josefien"
"Ken jij mij nog misschien"

En toen zei jij Josefien, Josefien
"Ik heb jou meer gezien
Voila, bien sur, het is Wim, het is Wim
Maar niet meer zeventien
Jouw mama vond mij een lellebel
En entre nous mon petit mon chou dat ben ik wel
Ik ben liever een lellebel in St. Tropez
Dan een drel in Zandvoort aan de Zee
Een beetje koppie koppie kan geen kwaad
Want anders liep ik nou nog in de Kalverstraat
Doe ze de groeten van Josefien"

Josefien

La fille du boulanger du coin pouvait se montrer
Elle était la bombe sexuelle du quartier et s'appelait Josefien
J'étais encore jeune, en feu et en flamme, je lui écrivais un sonnet
Mais elle n'était pas si poétique, elle a pris la fuite avec

Un homme dans le textile
Dans sa voiture

Oh Josefien, Josefien, Josefien
J'avais à peine dix-sept ans
Quand je t'ai vue, Josefien, Josefien, Josefien
Pour la première fois
Ma mère te trouvait moche
Et peut-être que Josefien, c'était vrai
Mais tu m'as déstabilisé
Et de plus, le quartier ressemblait à Paris
Quand tu passais, oh Josefien

Mais hélas, l'homme dans le textile n'était pas non plus ton genre
Elle savait au fond d'elle qu'elle avait plus d'options
Elle a acheté un billet pour Paris et une robe décolletée
Et elle avait vite dix riches à choisir

Elle a choisi un millionnaire
De quatre-vingt-cinq ans

Oh Josefien, Josefien, Josefien
Ce n'était pas bête comme choix
Tu étais vite en deuil, Josefien
Avec un million ou dix
Ma mère te trouvait moche
Mais tu avais du charme, Josefien, c'est vrai
Tu te montrais de temps en temps
Tous les hommes tombaient sous le charme
Eh bien, tu vois, oh Josefien

J'ai vu récemment un énorme yacht, c'était à Saint-Tropez
Juste un chauffeur est arrivé dans une longue berline
J'ai vu l'équipage se mettre au garde-à-vous et là
Josefien est sortie avec un gars aux cheveux longs

J'ai dit : "Salut Josefien"
"Tu te souviens de moi, peut-être ?"

Et alors tu as dit, Josefien, Josefien
"Je t'ai déjà vu
Voilà, bien sûr, c'est Wim, c'est Wim
Mais je n'ai plus dix-sept ans
Ta maman me trouvait moche
Et entre nous, mon petit, c'est vrai
Je préfère être moche à Saint-Tropez
Que d'être une bouse à Zandvoort au bord de la mer
Un peu de charme ne fait pas de mal
Sinon, je serais encore dans la Kalverstraat
Passe le bonjour de la part de Josefien"