395px

Tranvía de Scheveningen

Wim Sonneveld

Scheveningse tram

Daar komt hij zwaar van ouderddom
Statig en traag het hoekje om van dromen en herinneringen
Hij belt, hij ziet me heus wel staan
Zijn open wagen achteraan, de zomertram van Scheveningen

En kijk ik ben weer onverwacht die jongen van een jaar of acht
En voel me rijk en houd van hem, die feestelijke gele tram
Daar rijdt hij haastig voor zijn doen
De stad uit onder wuivend groen, ik stel mij ongeduldig voor
Dat ik ver weg de zee al hoor als we de Parkstraat in gaan draaien
Maar bij de Frankenslag begint er toch pas echt een koelr wind
Over de hoofden heen te waaien

Nu krijgt de wagen vleugels en
Ik weet dat ik er bijna ben omdat de motor hoog gaat zingen
En dan rijdt hij het zeeplein op
Met al zijn vlaggetjes in top de zomertram van Scheveningen

Mijn vader heeft een wandelstok en mijn moeder draagt een witte rok
En het ezeltje waarop ik rijd is aardig en neeemet alle tijd
Tussen de planken van de pier, zit er bij elke stap een kier
Waardoor je of je wilt of niet, beneden je de golven ziet
Die groen en woest elkaar begraven
Een man met baard knipt mijn portret, 'n zwart en krullend silouet
De schuit gaat fluiten naar de haven

Het strand maakt vrolijk, licht en blij
De dag gaat veel te vlug voorbij in flitsen en herinneringen
En al die tijd in 't hemelsblauw
Wacht in de verte boven trouw de zomertram van Scheveningen

Ik zit weer op wat glimmend hout, de richelvloer ligt vol met goud
Van 't laatste afgeschudde zout en ik houd een schelp in mijn hand
Daar rijdt de tram weer naar de stad maar nu of hij geen haast meer had
De avond komt, maar 't is nog warm
Mijn vader drukt mijn moeders arm en ik denk zo zou het moeten blijven
Zo met die zeewind in ons haar zo zondags en zo bij elkaar
Geluk door niemand te verdrijven

Op een balkon niet ver vandaan
Moet nog een schepje van me staan zo gaat het over, al die dingen
Mijn vader met een wandelstok
een moeder met een witte rok de zomertram van Scheveningen

Tranvía de Scheveningen

Allí viene pesado por la vejez
Elegante y lento doblando la esquina de sueños y recuerdos
Él llama, me ve parado
Su carro abierto detrás, el tranvía de verano de Scheveningen

Y miren, soy nuevamente inesperadamente ese chico de unos ocho años
Y me siento rico y lo amo, ese festivo tranvía amarillo
Allí va apurado para sus estándares
Saliendo de la ciudad bajo el verde ondeante, me imagino impaciente
Que ya escucho el mar a lo lejos cuando giramos en la Parkstraat
Pero en Frankenslag es cuando realmente comienza a soplar un viento fresco
Sobre las cabezas

Ahora el carro toma alas y
Sé que casi llego porque el motor comienza a cantar alto
Y luego llega al paseo marítimo
Con todas sus banderitas en lo alto, el tranvía de verano de Scheveningen

Mi padre tiene un bastón y mi madre lleva una falda blanca
Y el burrito en el que cabalgo es amable y se toma su tiempo
Entre las tablas del muelle, hay una rendija en cada paso
Por la que, quieras o no, ves las olas debajo de ti
Que se entierran unas a otras verdes y salvajes
Un hombre con barba corta mi retrato, un silueta negra y rizada
El barco silba hacia el puerto

La playa alegra, ligera y feliz
El día pasa demasiado rápido entre destellos y recuerdos
Y todo ese tiempo en el azul del cielo
Espera en la distancia sobre fiel el tranvía de verano de Scheveningen

Estoy sentado nuevamente en madera brillante, el suelo lleno de oro
De la última sal sacudida y tengo una concha en mi mano
Allí va el tranvía de regreso a la ciudad pero ahora sin prisa
La noche llega, pero aún hace calor
Mi padre aprieta el brazo de mi madre y pienso que así debería quedarse
Así con el viento marino en nuestro cabello, tan domingos y juntos
La felicidad que nadie puede desvanecer

En un balcón no muy lejano
Debo tener una pala esperándome, así terminan todas esas cosas
Mi padre con un bastón de paseo
una madre con una falda blanca, el tranvía de verano de Scheveningen

Escrita por: