Ze hebben nooit op haar geleken
Ze hebben nooit op haar geleken
Daar heeft het altijd aan geschort
Ze hebben nooit op haar geleken
Dus kwam hij steeds aan hen tekort
Soms wat het om hun mooie ogen
Hun mooie lichaam of hun stem
Hij heeft ze ook wel eens gemogen
En dikwijls hielden ze van hem
Maar in de radeloze uren
Voor elke nieuwe grijze dag
Dan lag hij in de nacht te turen
En haatte wie er naast hem lag
Ze hebben nooit op haar geleken
Ze zijn gekomen en gegaan
Ze hebben nooit op haar geleken
Dat heeft hij zich nooit toegestaan
Hij kon hun warmte niet verdragen
En zij niet altijd zijn verdriet
Hij heeft ze er wel om geslagen
Maar van ze houden kon hij niet
Toch hadden ze hem veel te geven
Zelfs waar hij altijd overvroeg
Een enkele haar hele leven
Maar dat was hem niet eens genoeg
Ze hebben nooit op haar geleken
Al kwamen sommigen een end
Ze hebben nooit op haar geleken
En haar heeft hij nooit echt gekend
Ellos nunca se parecieron a ella
Nunca se parecieron a ella
Siempre les faltó algo
Nunca se parecieron a ella
Así que siempre les faltaba algo
A veces era por sus hermosos ojos
Su hermoso cuerpo o su voz
A veces les llegó a apreciar
Y a menudo le quisieron
Pero en las horas desesperadas
Antes de cada nuevo día gris
Él se quedaba mirando en la noche
Y odiaba a quien estaba a su lado
Nunca se parecieron a ella
Vinieron y se fueron
Nunca se parecieron a ella
Él nunca se lo permitió
No podía soportar su calor
Y ellas no siempre su tristeza
Él las golpeaba por eso
Pero no podía amarlas
Aun así, tenían mucho que darle
Incluso cuando él pedía demasiado
Una le dio toda su vida
Pero ni siquiera eso fue suficiente para él
Nunca se parecieron a ella
Aunque algunas se acercaron
Nunca se parecieron a ella
Y realmente nunca la conoció