Twee zwarte paarden
Een kleine bleke jongen met donker krullend haar
Lag ijlend op zijn ziekbed, de dood was bijna daar
Hij greep zijn moeders handen die biddend naast hem zat
En zei: ik heb oh mammie, zo'n mooie droom gehad
Twee zwarte paarden trokken mij voort
Langs bergen en dalen tot aan de hemelpoort
En in de hemel daar was het zo fijn
Ik was zo gelukkig, daar leed ik geen pijn
Toen het ventje werd begraven
Toen stond er voor de deur
Een wagen met twee paarden
Twee paarden, zwart van kleur
Ze kwamen het jochie halen
En in gestrekte draf
Brachten zwarte paarden
Hem naar het kleine graf
Twee zwarte paarden trokken mij voort
Langs bergen en dalen tot aan de hemelpoort
En in de hemel waar hij nu zal zijn
Daar is hij gelukkig, daar lijdt hij geen pijn
Daar is hij gelukkig, daar lijft hij geen pijn
Dos caballos negros
Un pequeño niño pálido con cabello rizado oscuro
Yacía delirando en su lecho de enfermo, la muerte estaba cerca
Agarró las manos de su madre que rezaba a su lado
Y dijo: mamita, he tenido un sueño tan hermoso
Dos caballos negros me llevaban adelante
Por montañas y valles hasta la puerta del cielo
Y en el cielo todo era tan hermoso
Estaba tan feliz, allí no sufría dolor
Cuando el niño fue enterrado
Frente a la puerta estaba
Un carro con dos caballos
Dos caballos, negros como el carbón
Vinieron a buscar al chiquillo
Y a galope tendido
Los caballos negros
Lo llevaron a la pequeña tumba
Dos caballos negros me llevaban adelante
Por montañas y valles hasta la puerta del cielo
Y en el cielo donde ahora estará
Allí es feliz, allí no sufre dolor
Allí es feliz, allí no sufre dolor