395px

Psalm 91

Sons Of Korah

Psalm 91

He who dwells in the shelter of the Most High
Will find rest in the shadow 'f the Almighty
I will say of the Lord, He is my refuge
My God and my shield in whom I trust
For surely He will save you from the fowler's snare
And from the deadly pestilence as well
He will cover over you with His feathers
And there under His wings you will find peace
And His faithfulness will be your shield

You'll not fear the terror of the night time
Nor the arrow that flies by day
Nor the pestilence that stalks in the darkness
Nor the plague that destroys at midday
A thousand may fall at your side
Ten thousand may fall at your right hand
But it will not come near you
You will only see
You will only observe when judgement comes
For He commands His angels concerning you
To guard you wherever you may go
To be with you, and lift you in their hands
So that you won't strike your foot against a stone

Well if you make the Most High your dwelling
Even the Lord who is my refuge
Surely no great harm will befall you
Nor disaster will come there near your home
For He commands His angels concerning you
To guard you wherever you may go
To be with you, and lift you in their hands
So that you won't strike your foot against a stone
You will tread upon the lion and the cobra
And trample upon the serpent's head
You will tread upon the lion and the cobra
And trample upon the serpent's head

Because he loves me, says the Lord
I will rescue him
I will protect him, for he knows my Name
He will call on me and I will answer
I will be with him always and I will honor him
With long, long, long life
I will satisfy him with long life
With long, long, long life
I will show him my salvation
With long, long, eternal life
I will satisfy him with long life
With long, long, eternal life
I will show him my salvation
With long, long, long life
I will satisfy him with long life

Psalm 91

Wie woont in de schuilplaats van de Allerhoogste
Zal rust vinden in de schaduw van de Almachtige
Ik zal zeggen van de Heer, Hij is mijn toevlucht
Mijn God en mijn schild op wie ik vertrouw
Want zeker zal Hij je redden van de strik van de vogelvanger
En van de dodelijke pestilentie ook
Hij zal je bedekken met Zijn veren
En daar onder Zijn vleugels vind je vrede
En Zijn trouw zal je schild zijn

Je zult de angst van de nacht niet vrezen
Noch de pijl die overdag vliegt
Noch de pest die in de duisternis sluipt
Noch de plaag die om het middaguur verwoest
Duizend kunnen aan je zijde vallen
Tienduizend aan je rechterhand
Maar het zal je niet nabij komen
Je zult alleen zien
Je zult alleen waarnemen wanneer het oordeel komt
Want Hij beveelt Zijn engelen over jou
Om je te beschermen waar je ook gaat
Om bij je te zijn, en je op te tillen in hun handen
Zodat je je voet niet stoot aan een steen

Als je de Allerhoogste tot je woning maakt
Zelfs de Heer die mijn toevlucht is
Zal er zeker geen groot kwaad overkomen
En geen ramp zal nabij je huis komen
Want Hij beveelt Zijn engelen over jou
Om je te beschermen waar je ook gaat
Om bij je te zijn, en je op te tillen in hun handen
Zodat je je voet niet stoot aan een steen
Je zult op de leeuw en de cobra treden
En de kop van de slang vertrappen
Je zult op de leeuw en de cobra treden
En de kop van de slang vertrappen

Omdat hij van Mij houdt, zegt de Heer
Zal Ik hem redden
Ik zal hem beschermen, want hij kent Mijn Naam
Hij zal Mij aanroepen en Ik zal antwoorden
Ik zal altijd bij hem zijn en hem eren
Met een lang, lang, lang leven
Zal Ik hem verzadigen met lang leven
Met een lang, lang, lang leven
Zal Ik hem Mijn redding tonen
Met een lang, lang, eeuwig leven
Zal Ik hem verzadigen met lang leven
Met een lang, lang, eeuwig leven
Zal Ik hem Mijn redding tonen
Met een lang, lang, lang leven
Zal Ik hem verzadigen met lang leven